direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Wijzigingsbesluit 3e herziening Buitengebied Veere
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0717.0124BPGh-VG02

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

Tegen het besluit tot vaststelling van de 3e herziening van het bestemmingsplan Buitengebied is beroep aangetekend. De beroepen richten zich onder meer op de planregels waarmee het aantal kleinschalige kampeerterreinen en het totaal aantal standplaatsen op de kleinschalige kampeerterreinen is gemaximeerd, en op de regels waarmee het aantal standplaatsen per kleinschalig kampeerterrein is begrensd. Door de indieners van de beroepen wordt verwezen naar de Dienstenrichtlijn. Daarnaast is beroep aangetekend tegen de regeling voor scoutingterrein 't Poldertje.

Naar aanleiding van de beroepen is door Hekkelman Advocaten juridisch advies uitgebracht over de toepasselijkheid van de Dienstenrichtlijn op de regeling voor de kleinschalige kampeerterreinen. Samengevat luidt het advies als volgt:

  • De quota voor het maximaal totaal aantal kleinschalige kampeerterreinen en het maximaal aantal standplaatsen in de hele gemeente – zoals geregeld in de artikelen 3.7.11., 3.7.12., 4.7.12., en 4.7.13. van het bestemmingsplan – te laten vervallen.
  • Aanvullend de plantoelichting te verbeteren.

In deze toelichting is de planologische onderbouwing van de volgende punten verwerkt:

  • het laten vervallen van het maximaal aantal kleinschalige kampeerterreinen (171) voor de gehele gemeente, zoals opgenomen in artikel 3.7.12. onder a en artikel 4.7.13 onder a;
  • het laten vervallen van het maximaal aantal standplaatsen op kleinschalige kampeerterreinen in de gehele gemeente (3.015), zoals opgenomen in de artikelen 3.7.11. onder a, 3.7.12. onder b, 4.7.12 onder a en 4.7.13 onder b;
  • het handhaven van het maximaal aantal standplaatsen en het maximaal aantal vaste standplaatsen per kleinschalig kampeerterrein.

Naast de regeling ten aanzien van het kleinschalig kamperen wordt in deze toelichting ook ingegaan op de bestemmingsregeling van de scoutingterreinen 't Poldertje (naar aanleiding van een beroepschrift) en Veerse Meer (uit ambtshalve overwegingen).

Op basis van het advies aangaande de dienstenrichtlijn en recent uitgevoerde onderzoeken met betrekking tot de overlast van het scoutingterrein is op onderdelen aanpassing van de geldende bestemmingsregeling noodzakelijk. Door middel van dit bestemmingsplan wordt het, op basis van artikel 6.19 Awb door de gemeenteraad genomen wijzigingsbesluit, juridisch- planologisch vastgelegd.

Hoofdstuk 2 Regeling kleinschalig kamperen

2.1 Inleiding

De maximale aantallen kleinschalige kampeerterreinen en standplaatsen op kleinschalige kampeerterreinen zijn in het verleden opgenomen in het gemeentelijk beleid om het aanbod te reguleren en overaanbod en leegstand te voorkomen. Het hanteren van deze maximale aantallen op de wijze zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied is echter strijdig met de Dienstenrichtlijn. In het bestemmingsplan is niet gemotiveerd dat de opgenomen beperkingen op deze punten niet discriminatoir, noodzakelijk en evenredig zijn. Dit motiveringsgebrek is bovendien niet eenvoudig te herstellen; een goede (ruimtelijke) motivering voor de opgenomen maximale aantallen die voldoet aan de criteria uit de jurisprudentie over de Dienstenrichtlijn is in dit geval niet goed te geven. In dat licht ligt het voor de hand de maxima voor het aantal kleinschalige kampeerterreinen in de gemeente en het aantal standplaatsen op deze kampeerterreinen te laten vervallen.

2.2 Overweging

Het laten vervallen van het aantal standplaatsen op kampeerterreinen laat wel de volgende vragen open:

  • Hoe zal het aantalsverloop van het aantal kleinschalige kampeerterreinen en het aantal standplaatsen zich vervolgens gaan ontwikkelen?
  • Zal als gevolg van het laten vervallen van deze maxima het aanbod zodanig uitbreiden dat overaanbod en leegstand ontstaan?

Het verloop van het aantal kleinschalige kampeerterreinen en het aantal standplaatsen is met name afhankelijk van bedrijfseconomische factoren (de interesse van agrarische ondernemers om een neventak verblijfsrecreatie te starten en de bedrijfseconomische noodzaak daartoe) en marktomstandigheden (vraag). Wat betreft de bedrijfseconomische factoren blijven de agrarische opbrengsten in het algemeen onder druk staan en is de agrarische structuur op Walcheren relatief kleinschalig. Dat is een belangrijke factor in het verhoudingsgewijs grote aantal minicampings in de gemeente Veere, in combinatie met de ligging aan de kust. Daarnaast voorziet het kleinschalig kamperen, op een agrarisch bedrijf in een aantrekkelijk landelijk gebied in een duurzame vraag, met name voor gezinnen met jonge kinderen en ouderen.

De gemeente Veere heeft onderzocht hoe veel agrarische bedrijven – die nu nog geen kleinschalig kampeerterrein hebben – daarvoor wel de mogelijkheid hebben. Belangrijke voorwaarde daarvoor is dat aansluitend aan het bouwvlak minimaal 4 ha agrarische grond in gebruik is bij het bedrijf. Een inventarisatie heeft uitgewezen dat er binnen de gemeente Veere ongeveer 96 agrarische bedrijven zijn die in beginsel in aanmerking komen voor de nieuwvestiging van een kleinschalig kampeerterrein. Daarnaast zijn de afgelopen 10 jaar de betreffende quota niet gehaald.

In dat licht is het verloop van het aantal kleinschalige kampeerterreinen en van het aantal standplaatsen op deze kampeerterreinen van belang. Vanaf 1998 hebben die aantallen zich als volgt ontwikkeld:

jaar   aantal kleinschalige kampeerterreinen in de gemeente Veere   totaal aantal standplaatsen op kleinschalige kampeerterreinen in de gemeente Veere   bron  
1998   161   2.092   Beleidsvisie kleinschalig kamperen c.a. gemeente Veere  
2008   169   Ongeveer 2.500   Kader- en beleidsnota kleinschalig kamperen c.a. Veere 2008  
2018   162   2.494   Info gemeente Veere  

Op basis van dit aantalsverloop kan het volgende worden opgemerkt:

  • het aantal kleinschalige kampeerterreinen en het aantal standplaatsen zijn de laatste 20 jaar steeds lager geweest dan de beleidsmatige maxima (quota);
  • het aantal kleinschalige kampeerterreinen was de afgelopen 20 jaar relatief constant, met een toename van 8 in de eerste 10 jaar en vervolgens weer een afname met 7 in de tweede periode van 10 jaar;
  • het aantal standplaatsen op de kleinschalige kampeerterreinen is tussen 1998 en 2008 toegenomen met ruim 400 eenheden en vervolgens nagenoeg constant gebleven;
  • de groei van het aantal standplaatsen is met name het gevolg van een toename van het aantal eenheden op bestaande kleinschalige kampeerterreinen.

Gelet op het aantalsverloop in de laatste jaren is niet te verwachten dat het aantal kleinschalige kampeerterreinen en het aantal standplaatsen sterk zullen toenemen. Dat heeft te maken met de interesse van de agrarische ondernemers om een kleinschalig kampeerterrein te starten en met de vraag vanuit de markt.

2.3 Conclusie

Tegen de achtergrond van het voorgaande is de verwachting dat het aantal kleinschalige kampeerterreinen en het aantal standplaatsen door het laten vervallen van de maximale aantallen in de bestemmingsregeling niet sterk zal groeien.

Gelet op het voorgaande zijn in de regels van dit wijzigingsbesluit de quota voor het maximaal aantal kleinschalige kampeerterreinen en het totaal aantal standplaatsen op de kleinschalige kampeerterreinen, zoals opgenomen in de artikelen 3.7.11., 3.7.12., 4.7.12., en 4.7.13., komen te vervallen.

Hoofdstuk 3 Eenheden per kleinschalig kampeerterrein

3.1 Inleiding

In de geldende bestemmingsregeling zijn de bestaande kleinschalige kampeerterreinen voorzien van een specifieke (functie-)aanduiding ('specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kamperen'). Gekoppeld aan deze aanduiding is voor ieder kleinschalig kampeerterrein een maximaal aantal standplaatsen (onderscheiden in permanent en niet-permanent) vastgelegd. Via wijzigingsbevoegdheden is uitbreiding van het totaal aantal standplaatsen naar 25 eenheden en van het aantal vaste standplaatsen naar 5 eenheden mogelijk gemaakt. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee nieuwe kleinschalige kampeerterreinen mogelijk gemaakt kunnen worden met maximaal 25 standplaatsen, waarvan maximaal 5 permanent.

Het hanteren van een maximum aantal standplaatsen is een regelingseis zoals bedoeld in het kader van artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn. In dat licht wordt in het vervolg van deze toelichting gemotiveerd dat de regeling in overeenstemming is met de voorwaarden van non-discriminatie, noodzakelijkheid en evenredigheid. In de volgende paragrafen wordt daar nader op ingegaan.

3.2 Non-discriminatie

Wat betreft het criterium non-discriminatie is van belang dat het in het bestemmingsplan toegestane aantal standplaatsen gebaseerd is op de vergunde situatie. De verleende toestemmingen zijn in het verleden getoetst op basis van algemeen geldende criteria. Het gaat daarbij om criteria met betrekking tot:

  • de agrarische bedrijfsvoering:
    • 1. er moet sprake zijn van een agrarisch bedrijf met een bepaalde oppervlakte;
    • 2. de aanwezigheid van voldoende oppervlakte grond direct aansluitend aan het agrarisch bouwvlak;
    • 3. de aanwezigheid van een bedrijfswoning;
  • de ruimtelijke situatie:
    • 1. de afstand tot woningen in de omgeving;
    • 2. de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai;
    • 3. afstand tot (agrarische) bedrijven in de omgeving;
    • 4. voorkomen van aaneengroeien van kleinschalige kampeerterreinen;
    • 5. landschappelijke inpassing;
  • recreatieve voorwaarden:
    • 1. kampeerperiode;
    • 2. aantal en soort standplaatsen.

Het bestemmingsplan maakt via wijzigingsbevoegdheden uitbreiding van bestaande en de vestiging van nieuwe kleinschalige kampeerterreinen mogelijk tot een maximum van 25 standplaatsen, waarvan 5 permanent. Dit aantal is niet discriminatoir. In de regeling wordt namelijk geen onderscheid gemaakt naar land van herkomst van de verleners van de diensten (de agrarische bedrijven). Bovendien gelden de regels in het algemeen, voor alle kleinschalige kampeerterreinen in de gemeente. Er wordt dan ook voldaan aan de voorwaarden van non-discriminatie

3.3 Noodzakelijkheid

Wat betreft het criterium van de noodzakelijkheid kan worden opgemerkt dat begrenzing van het aantal standplaatsen per kleinschalig kampeerterrein noodzakelijk is vanuit een goede ruimtelijke ordening. Het gaat daarbij om de volgende aspecten:

  • behoud van het agrarische karakter, de kwaliteit en openheid van het buitengebied;
  • behoud van een goed evenwicht tussen de agrarische en de recreatieve functie, waarbij de recreatieve functie ondergeschikt is aan en ten dienste staat van de agrarische functie;
  • voorkomen van te grote toeristische druk;
  • onderscheid ten opzichte van de reguliere recreatiesector.

Als het aantal eenheden op een kleinschalig kampeerterrein niet zou worden gemaximeerd, zouden deze doelstellingen in gevaar komen. Zo'n 40% van de kleinschalige kampeerterreinen beschikt over 25 standplaatsen. Als dat maximum aantal niet zou worden gehanteerd, zou een deel van deze bedrijven wellicht een groter kampeerterrein willen exploiteren. Daarmee komt de ruimtelijke verhouding met het agrarisch bedrijf in het geding en wordt het kleinschalig kampeerterrein landschappelijk en qua ruimtebeslag concurrerend met de agrarische functie.

Het beleid voor het buitengebied is in het algemeen gericht op het behoud van de kwaliteiten van, dan wel het bieden van ontwikkelingsruimte aan de primair aan het buitengebied gebonden functies: landbouw, natuur en landschap en bij het buitengebied passend recreatief medegebruik. In het verlengde daarvan is het beleid (van zowel rijk, provincie als gemeente) gericht op het reguleren van overige, niet primair aan het buitengebied gebonden functies. Daarbij is uitgangspunt dat voor deze functies de bestaande legale situatie wordt bevestigd, met beperkte ontwikkelingsruimte.

Verblijfsrecreatie is als functie in beginsel niet aan het buitengebied gebonden. Desondanks wordt, in afwijking van dit beleid, kleinschalige, aan de landbouw verbonden verblijfsrecreatie in de vorm van het kleinschalig kamperen, binnen grenzen, toegelaten in het buitengebied. De doelstelling is daarbij tweeledig:

  • bieden van mogelijkheden voor passende vormen van bedrijfseconomische ondersteuning aan (in de gemeente Veere in het algemeen kleinschalige) agrarische bedrijven (extra inkomstenbron);
  • het bieden van verblijfsrecreatieve mogelijkheden die complementair zijn aan het reguliere verblijfsrecreatieve aanbod op reguliere kampeerterreinen (kleinschalig en aan het agrarisch bedrijf verbonden, met als extra recreatief aspect de beleving van het agrarisch bedrijf van dichtbij).

Maximering van het aantal permanente standplaatsen is noodzakelijk om ongewenste verstening van het buitengebied te voorkomen, door de permanente (jaarrond) aanwezigheid van kampeermiddelen (stacaravans en chalets) in het buitengebied. Ook met het oog op de gewenste productdifferentiatie is begrenzing van het aantal permanente standplaatsen noodzakelijk, in verband met het onderscheid met reguliere kampeerterreinen. Uitgangspunt is dat het kleinschalig kamperen gericht is op het toeristisch kamperen in caravans en tenten die gedurende korte perioden aanwezig zijn. In afwijking van dit algemene uitgangspunt kan vanwege de marktvraag en vanwege de economische meerwaarde voor de agrarische bedrijven een beperkt aantal permanente standplaatsen worden toegestaan. Begrenzing van dit aantal eenheden is echter van groot belang.

In dat licht is het hanteren van een maximale omvang voor de kleinschalige kampeerterreinen en een maximaal aantal permanente standplaatsen noodzakelijk voor de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied en een goed evenwicht tussen de agrarische en recreatieve functie. Het kleinschalig kamperen biedt een bedrijfseconomische aanvulling voor de agrarische sector en dient mede in dat licht ondergeschikt te zijn aan de agrarische hoofdfunctie.

3.4 Evenredigheid

Wat betreft de evenredigheid kan worden opgemerkt dat beperking van het aantal standplaatsen een geschikt middel is om het nagestreefde doel (de kwaliteit van het buitengebied en de recreatieve meerwaarde) te bereiken. Met de omvang van 25 standplaatsen wordt een balans gecreëerd tussen enerzijds de wens om economisch van ondersteunende betekenis te kunnen zijn voor het agrarisch bedrijf, onderscheid ten opzichte van de reguliere kampeerterreinen (kleinschalig versus grootschaliger) en een ruimtelijke impact die past bij de aard en schaal van het Veerse landschap.

Bij een omvang van 25 standplaatsen bedraagt de omvang van een kleinschalig kampeerterrein ongeveer 0,5 ha tot 1 ha. Uitgaande van een bouwvlak met een oppervlakte van 1,5 ha is de oppervlakte van het kleinschalig kampeerterrein ruimtelijk en landschappelijk ondergeschikt aan de oppervlakte van het bouwvlak en daarmee aan het agrarisch bedrijf. Ook in de feitelijke situatie (waarbij het agrarische erf vaak kleiner is dan het agrarisch bouwvlak) is een kleinschalig kampeerterrein met een omvang van 25 standplaatsen qua omvang veelal nog ondergeschikt aan het agrarische erf.

Wat betreft het maximum van 5 permanente standplaatsen kan worden opgemerkt dat het uitgangspunt voor het kleinschalig kamperen is dat het gaat om toeristische kampeerplaatsen, die alleen gedurende het zomerseizoen gebruikt mogen worden. Daarvoor zijn verschillende redenen aan te voeren:

  • vanuit ruimtelijk en landschappelijk oogpunt is terughoudendheid geboden met betrekking tot permanent aanwezige kampeermiddelen op kleinschalige kampeerterreinen;
  • vanuit toeristisch recreatief oogpunt is productdifferentiatie een belangrijk doel; door met name in te zetten op toeristische standplaatsen voor de kleinschalige kampeerterreinen, is er een duidelijk onderscheid met de reguliere kampeerterreinen, waar voor een belangrijk deel permanente standplaatsen aanwezig zijn.

Dat neemt niet weg dat er, zowel vanuit de marktvraag als vanuit bedrijfseconomisch perspectief, ook op kleinschalige kampeerterreinen vraag is naar permanente eenheden. In dat licht biedt het provinciaal en gemeentelijk beleid ruimte voor een ondergeschikt aantal (20%) permanente standplaatsen per terrein.

Een maximale omvang van 25 standplaatsen, waarvan maximaal 5 standplaatsen een permanente standplaats mogen zijn, is gelet op het voorgaande een evenredige maatregel, die niet verder gaat dan nodig. Het beoogde doel, een goed ruimtelijk evenwicht en een duidelijk herkenbaar onderscheid met de reguliere kampeerterreinen kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt. Deze regeling wordt voor alle kleinschalige kampeerterreinen opgenomen. Deze kampeervorm onderscheidt zich ruimtelijk en functioneel van reguliere verblijfsrecreatieve terreinen, waarvoor andere regels gelden. De regeling voor kleinschalig kamperen is daarmee ook coherent en systematisch, en voldoet ook in dit opzicht aan de vereisten uit de jurisprudentie inzake evenredigheid.

3.5 Conclusie

Op basis van de motivering in paragrafen 2, 3.3 en 3.4 kan worden geconcludeerd dat de regeling, zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan, ten aanzien van het maximaal aantal standplaatsen per kleinschalig kampeerterrein in overeenstemming is met de voorwaarden van non-discriminatie, noodzakelijkheid en evenredigheid. De regeling is niet in strijd met de Dienstenrichtlijn.

Hoofdstuk 4 Scoutingterrein 't Poldertje

4.1 Inleiding

Beroep is aangetekend tegen de bestemmingsregeling voor het scoutingterrein 't Poldertje, vanwege negatieve effecten op het woon- en leefmilieu bij de woningen die zowel aan de Veerse zijde als aan de Middelburgse zijde aan het terrein grenzen. Twee aspecten zijn daarbij met name van belang: geluidsoverlast en geuroverlast vanwege het stoken van houtvuren. Beide aspecten zijn in het kader van de beroepsprocedure onderzocht. Verwezen wordt naar de rapporten die respectievelijk als 2 en 2 bij deze toelichting zijn gevoegd. De conclusies zijn opgenomen in paragrafen 4.2 en 4.3.

4.2 Akoestisch onderzoek inrichtingslawaai

In het akoestisch onderzoek inrichtingslawaai is het gebruik van het terrein gemodelleerd conform de gebruiksvergunning. Uit de geluidberekeningen volgt:

  • Bij de woningen in de omgeving wordt voldaan aan de richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximaal geluidniveau, zoals die worden aanbevolen voor woningen in een rustig buitengebied. Bij de onderzochte woningen is daarom sprake van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat.
  • De geluiduitstraling van locatie 't Poldertje voldoet aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit.
  • De geluidbelasting van het komen en gaan van verkeer op de openbare weg voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de circulaire “Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening Wm”.

De geluiduitstraling van locatie 't Poldertje vormt, gezien het bovenstaande, geen belemmering voor het gebruik van het scoutingterrein zoals mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan en vergund in de gebruiksvergunning.

Overigens wordt met betrekking tot het geluidonderzoek nog opgemerkt, dat daarin het beheer en onderhoud van de beplanting niet is meegenomen. In de winterperiode wordt in het kader van het bosbeheer periodiek beplanting gerooid, met behulp van een motorzaag. Dat gebeurt alleen overdag tussen 10 en 16 uur, in overleg met de bewoners van de woningen in de omgeving. Deze activiteit staat ook los van het recreatieve gebruik van het terrein. Wel is in de regels bepaald dat gemotoriseerd gereedschap uitsluitend gedurende de dagperiode gebruikt mag worden.

4.3 Geuronderzoek

Om te kunnen beoordelen of het verbranden van hout vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is, is door Buro Blauw een geuronderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 2). In dat onderzoek is het stoken van houtvuren in de vorm van kampvuren en zogenoemde tafelvuren (waarop wordt gekookt) op basis van het feitelijk gebruik van het terrein gemodelleerd. Uit de modelberekeningen blijkt, dat gedurende een aantal uren per jaar sprake is van overlast. Uitgaande van een bestaande situatie wordt de overlast, gelet op de geurnormen van de provincie Zeeland, zoals vastgelegd in het Milieuprogramma Provincie Zeeland 2018 –2022, echter aanvaardbaar geacht.

4.4 Aanscherping bestemmingsregeling

In de geldende bestemmingsregeling, zoals die luidt tot en met de 3e herziening, is slechts een algemene, marginale bestemmingsregeling opgenomen voor het scoutingterrein. Gelet op het beroepschrift verdienen het overnachten en het voorkomen van overlast in de bestemmingsregeling nadere aandacht. Met de aangepaste regels wordt ook verzekerd dat de bestemmingsregeling aansluit op de uitgangspunten bij de uitgevoerde onderzoeken.

In dat licht zijn de volgende aanpassingen in de bestemmingsregeling verwerkt:

  • Het terrein is voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden – landschaps- en natuurwaarden'. Deze bestemming en de toegekende aanduiding (specifieke vorm van recreatie – scouting) blijven gehandhaafd. Wel vervalt de betreffende aanduiding voor de gronden die niet in gebruik zijn als scoutingterrein (de noordoostelijke punt en de zuidwestelijke punt van de huidige gronden met de aanduiding).
  • Om het nachtverblijf in de regels te verankeren, is in de bestemmingsomschrijving voor de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – scouting' bepaald dat de betreffende aanduiding mede bestemd is voor een scoutingterrein, met daarbij behorend nachtverblijf.
  • Aanvullend is op de verbeelding de aanduiding 'kampeerterrein' opgenomen waarmee de kampeerfunctie wordt toegekend aan de velden B tot en met E;
  • Aan de begripsbepaling van het begrip 'scouting' is toegevoegd: 'waaronder begrepen het stoken van houtvuren'.
  • Op de verbeelding is een aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – kampvuurplaats' opgenomen voor de kampvuurplaats aan de zuidwestzijde van het terrein. Deze aanduiding is ook opgenomen in de bestemmingsomschrijving.

afbeelding "i_NL.IMRO.0717.0124BPGh-VG02_0001.png"

Figuur 4.1 Inrichting scoutingterrein't Poldertje

  • In de gebruiksregels is bepaald dat nachtverblijf uitsluitend mogelijk is in de vorm van het slapen in tenten ten behoeve van de scouting binnen het vlak met de aanduiding 'kampeerterrein'.
  • In de gebruiksregels is vastgelegd dat parkeren van auto's ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – scouting' alleen is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'.
  • In de gebruiksregels is opgenomen dat het terrein, inclusief het Middelburgse deel, door niet meer dan 100 personen tegelijkertijd gebruikt mag worden.
  • In de bouwregels is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - scouting' geen gebouwen zijn toegestaan.
  • Met het oog op het reguleren van de effecten op de omgeving zijn de volgende (gebruiks)regels opgenomen:
    • 1. De geluidsbelasting op de gevels van woningen in de omgeving als gevolg van het scoutingterrein bedraagt maximaal:
      periode   langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT)   maximale geluidbelasting (LA,max)  
      Dagperiode (07:00 - 19:00)   45 dB(A)   65 dB(A)  
      Avondperiode (19:00 - 23:00)   40 dB(A)   60 dB(A)  
      Nachtperiode (23:00 - 07:00)   35 dB(A)   55 dB(A)  
    • 2. In de nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur) mag de nachtrust niet worden verstoord.
    • 3. Een geluidsinstallatie mag alleen gebruikt worden voor het versterken van stemgeluid, gedurende de dag- en avondperiode en uitsluitend indien de installatie van de woningen in de omgeving is af gericht.
    • 4. Gemotoriseerd gereedschap mag uitsluitend gebruikt worden in de dagperiode.
    • 5. In de gebruiksregels is geregeld dat het stoken van kampvuren uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – kampvuurplaats', gedurende maximaal 6 uur in de middag en avondperiode.
    • 6. In de gebruiksregels wordt een bepaling opgenomen dat buiten de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – kampvuurplaats' slechts vuur gebruikt mag worden in de vorm van tafelvuren (om te koken), vuurtjes in vuurtonnen en barbecues met een doorsnede van maximaal 70 cm binnen de aanduiding 'kampeerterrein' en uitsluitend gedurende maximaal 2 uur in de ochtend en 2 uur in de middag/avond.
    • 7. Er mogen in totaal maximaal 6 tafelvuren (om te koken), vuurtjes in vuurtonnen en barbecues tegelijkertijd worden gebruikt.

Hoofdstuk 5 Scoutingterrein De Waterkant

In het kader van de beroepsprocedure zijn ambtshalve enkele omissies geconstateerd in de bestemmingsregeling voor het scoutingterrein De Waterkant aan het Veerse Meer.

In de bijlage is het aantal m² bebouwing goed vermeld, maar er zijn geen regels opgenomen met betrekking tot de bebouwing. Deze omissie wordt in het kader van het wijzigingsbesluit hersteld. In de bouwregels is de volgende bepaling opgenomen:

  • Aan artikel 11.2.1. is de volgende bepaling toegevoegd: 'Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – scouting': toiletgebouwen, een schuur, een berging, een fietsenstalling, een kantoor annex beheerdersverblijf en een groepsaccommodatie'.
  • In artikel 11.2.2. is bepaald dat ter plaatse van gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – scouting' de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen niet meer mag bedragen dan de oppervlakte genoemd in Bijlage 6.
  • In bijlage 6 is de omschrijving in de 3e kolom voor Wulpenburgseweg 6 aangepast in: 'scoutingterrein'. De aard van de gebouwen is geregeld in artikel 11.2.1. (zie hiervoor).

Aanvullend is het gewenst de bestemmingsregeling af te stemmen op de bestemmingsregeling zoals die in 4 voor 't Poldertje is beschreven. In figuur 5.1 is de ligging en terreinindeling van De Waterkant weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0717.0124BPGh-VG02_0002.png"

Figuur 5.1 Ligging en terreinindeling De Waterkant

 

De volgende bestemmingsregeling is voor De Waterkant verwerkt.

  • Gelet op de ligging in een bos- en natuurgebied is de bestemming Natuur gehandhaafd.
  • In de bestemmingsomschrijving is voor deze aanduiding bepaald dat de betreffende aanduiding mede bestemd is voor een scoutingterrein, met daarbij behorend nachtverblijf.

Aangezien de afstand tot de dichtstbij gelegen woning ruim 250 meter is, is het opnemen van regels om overlast te voorkomen voor De Waterkant minder noodzakelijk. Desondanks worden de volgende regels opgenomen:

  • In de gebruiksregels is bepaald dat nachtverblijf uitsluitend mogelijk is in de vorm van het slapen in tenten, de groepsaccommodatie en het beheerdersverblijf.
  • In de gebruiksregels is tevens opgenomen dat het terrein door niet meer dan 450 personen tegelijkertijd gebruikt mag worden.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan betreft een wijzigingsbesluit op basis van artikel 6:19 Abw, hangende de beroepsprocedure (op basis van art. 6:19 Awb).